Den Oudsten B88

Op de eerste Autobus-RAI in 1984 stelde DAF het prototype van een nieuw chassistype voor: de SB220. Hierbij werd de motor achterin geplaatst. Het was de bedoeling om hierop een nieuw type standaardbus te gaan bouwen, dit onder begeleiding van de CAOV (Commissie Autobussen Openbaar Vervoer). Deze zou de toen als verouderde standaardbus uit eind jaren zestig gaan vervangen.

Eind jaren 1970 was Den Oudsten ook al zelf begonnen met het ontwikkelen van een nieuwe bus. Dit werd de B79, die uiteindelijk geen succes zou worden. Enkele prototypes werden uitgetest, maar omdat de bus te duur was in vergelijking met de standaard streekbus, bleven bedrijven liever deze laatste inkopen. Enkel het GVA (Arnhem) kocht een reeks dieselbussen - die al vlug afgevoerd werden - en een reeks trolleybussen van het B79-model aan.

Aan het begin van de jaren 1980 werkte Den Oudsten aan een eigen lagevloerbus. Vier Den Oudsten B85 LF545 kwamen in 1985 bij Westnederland in dienst. Een vijfde bus (B85 LF570) werd voor de Belgische markt gebouwd maar kwam uiteindelijk bij het GVBA in dienst. Een zesde bus (met Cummins motor) zou het prototype vormen voor de succesvolle Canadese New Flyer bussen.

In 1987 werd een reeks van 60 midibussen van hetzelfde carrosserietype geleverd. Dit werd de B86 MF470. Het daaropvolgende jaar volgden nog 7 B86 van 8 meter voor de stadsdienst van Delft.

De CAOV gaf zowel Den Oudsten als Hainje in 1988 de opdracht om een aantal prototypes te bouwen. Qua uiterlijk gaan deze terug op de gelede bussen die in 1987 door Hainje aan het GVB Amsterdam geleverd werden. Ze hadden een redelijk hoekige vorm, met een nauwe uitstekende filmkast boven de gebogen voorruit.

Hoewel het de bedoeling was om tot een nieuwe standaardbus te komen, werd in deze periode de standaardisatie stilaan losgelaten. Dit gebeurde ook met dit model. Den Oudsten zou zijn drie prototypes verder ontwikkelen tot de B88.

De B88 werd aangeboden op het reeds gekende DAF SB220, met de motor achterin, maar tevens op het nieuwe MB230 chassis, de opvolger van het MB200 chassis (dus met de motor in het midden onder de vloer). Daarnaast werd ook in een gelede SBG220 versie voorzien. Het tweede chassismerk waarop gebouwd werd, was Volvo, met de B10R, B10M en B10MA.

De B88 zou na enkele jaren vlug verdrongen worden door zijn opvolger, de Alliance, die in 1989 ontworpen werd. De laatste B88 rolde in 1995 van de band.

Export naar België

In totaal werden amper 19 B88's (op een totale productie van 1244 stuks) naar België uitgevoerd. Veertien stuks werden op het DAF SB220 chassis gebouwd, vijf op het Volvo B10R chassis. Het waren voornamelijk bedrijven die al standaard streekbussen gekocht hadden, die de stap naar de B88 zetten.

Diana Cars 255131.

Diana Cars 255131

Aan DAF SB220 vinden we :
&#149 Ganda Cars 251145 (later 220445)
&#149 Diana Cars 255129, 255130, 255131. Deze werden in 2003 overgemaakt aan Kruger uit Lier, waar nu ze de nummers 110538, 110539, 110540 kregen. Nadien werden ze in het contract 1106 ondergebracht.
&#149 Staca 965242, 965245, 965246, 965247 en 965248, in 2003 in het contract 3303 ondergebracht.
&#149 P. Van Mullem 968134 en 968136 (330634 en 330636 in 2003).
&#149 Picavet & Co 964143, 964144 (nadien 964244) en 964151.

P. Van Mullem 968132.

P. Van Mullem 968132

De vijf Volvo B10R werden allemaal in een driedeursversie geleverd. Vier exemplaren kwamen terecht bij Staca - 965238, 965239, 965240 en 965241, waarbij de 38 en 40 in 2003 nog hernummerd werden. De vijfde kwam te rijden bij P. Van Mullem als 968132, die in 2003 als 330132 hernummerd werd.

Bronnen:

  • Eigen documentatie

Lees meer over

Terug naar boven