Een bus van de Buurtspoorwegen komt aan de Beneluxpoort.

Expo '58

In de jaren 1950 ebben de naweeën van de Tweede Wereldoorlog stilaan weg. De koopkracht van de Belgen stijgt voortdurend, België wordt een consumptiemaatschappij. De auto en andere snufjes makun hun intrede in de vrije tijd van de Belgen. Er ontstaat een nieuwe « way of life ».

Het geloof in vrijheid en vooruitgang moeten we etaleren. België had voor de Tweede Wereldoorlog al enkele keren een wereldtentoonstelling gehouden. Tijdens de heropbouw ontstonden de eerste plannen voor een nieuwe editie. De regering besloot op 7 mei 1948 tot het organiseren van een wereldtentoonstelling in 1955 op dezelfde plaats – de Heizel – als in 1935. Ze hoopte het financiële resultaat van die editie te kunnen herhalen. Maar de Koreaanse Oorlog gooide roet in het eten, waardoor de planning vertraging opliep. De tentoonstelling verschoof naar 1958.

Het park werd in een recordtempo opgebouwd, door bijna 15.000 arbeiders. Het bekendst zou natuurlijk het Atomium worden. Ook aan de grafische vormgeving wordt gedacht. Het logo van de expo – de ster – is een ontwerp van Lucien De Roeck. De stijl ademt het modernisme van de tentoonstelling uit. Verschillende grote merken verbinden hun merchandising met de ster; geen enkele handelaar wil de Expo-boot missen. In de loop van 1957 wordt de expo actief doorheen België gepromoot. De opening op 17 april is een succes. De daaropvolgende dagen en maanden stroomt het volk toe, niemand wil de Expo niet gezien hebben.

Koorts van de moderniteit

Bezoekers van de expo kunnen er voor de eerste keer kijken naar kleuren-tv, Côte d'Or mocht zijn Dessert 58-chocolade komen voorstellen, aten we softijs - in de Belgische driekleur - en proefden we massaal van Coca-Cola. Op de Heizelvlakte verrijst nog een nieuwtje, overgewaaid van over de grote plas: een motel. Ideaal voor bezoekers met auto die een paar dagen ter plekke willen blijven.

De wereldtentoonstelling zou natuurlijk een gigantische verkeersstroom met zich mee brengen. Brussel was voorbereid.

Het beroemde viaduct boven de Antwerpselaan en Leopold II-laan wordt als een tijdelijke constructie gezien, maar zou toch 30 jaar blijven staan.

Maurice Kuyl

In de jaren 1950 begint het rijk van koning auto in Brussel. Gevoed door Amerikaanse voorbeelden tekenen planners nieuwe snelwegen, tunnels en viaducten die de auto vlot naar het hart van de stad moeten leiden. De Nationale Wegenadministratie wil van Brussel het knooppunt van de grote Europese wegen maken. Het vooruitzicht op de Expo is een katalysator voor dit programma. Het eerste tracé van de ring, tussen Wemmel en Groot-Bijgaarden gaat in 1957 open. De lanen van de kleine ring worden verbreed en voorzien van tunnels.

De overheid bouwt meer en meer kantoorgebouwen om nationale en internationale bedrijven en instellingen aan te trekken. Deze komen op vrijgekomen plaatsen tijdens de aanleg van de Noord-Zuid verbinding. Deze was in 1953 eindelijk in gebruik genomen. Zo komen meer en meer forenzen in de nabijheid van de grote Brusselse stations te werken.

Maar niet iedereen beschikte in 1958 reeds over een auto. Een georganiseerde reis per autocar of het openbaar vervoer waren de enige opties om de Expo te bezoeken.

De Buurtspoorwegen versterken hun net

Reeds in 1954 kijken de Buurtspoorwegen naar wat mogelijk is om de te verwachten mensenzee naar de Heizel te vervoeren. Ze kijken of de installaties die tijdens de wereldtentoonstelling van 1935 – toen vervoerde ze naar schatting 4,5 miljoen reizigers - aangelegd werden, opnieuw benut kunnen worden. Voor extra busdiensten wordt gekeken of er plaats vrijgemaakt kan worden op de voorziene autocarparking.

Het tramstation Benelux. De ontvanger van tram 10462 poseert voor de fotograaf. De tram zal een extra dienst op lijn A naar Anderlecht uitvoeren. © Coll. Michel Reps.

NMVB 1652

De Buurtspoorwegen leggen extra sporen naar het tramstation Benelux en leggen de Heizeltunnel - tussen het Sint-Lambertusplein en de Meiserlaan - aan om de bezoekers snel naar de Expo te brengen. Het werk aan deze tunnel begon in maart 1956. In de tunnel bevond zich de ondergrondse halte « Park ». De uitrit richting Londerzeel ging open op 20 februari 1957, die richting Grimbergen volgde op 29 maart.

In 1957 worden de nieuwe buslijnen BW (Wemmel), BL (Londerzeel), BS (Strombeek) al in gebruik genomen, deze bedienen ook de terreinen van de expo.

Er liep ook een tijdelijke tramlijn tussen de ingang van de Expo en de grote parkings aan weerszijden van de snelweg. Deze liep deels over een viaduct en vervoerde tot 8000 reizigers per uur. Dit alles was tijdelijk, na de expo werd het belang van de tram als massavervoermiddel miskend.

Tijdens Expo '58 legden de Buurtspoorwegen enkele speciale diensten in. Lijn MH doorstreept verbond de expoterreinen met het Zuidstation, terwijl lijn BH doorstreept dit deed met het Noordstation. We zien bus 1652 en 1663.

NMVB 1652

De NMVB voorzag in extra materieel en personeel. Een speciale reeks trams van het type SE werden gebouwd. 1958 was ook het startsein voor de nieuwe standaardbus. Enkele reeksen - gebouwd op Brossel A98 DAR chassis - kwamen in dat jaar in dienst. Vooral op zondagen werden extra trams en bussen voorzien. Hiervoor voorziet de maatschappij tussen 73 en 113 extra agenten.

De trams en bussen van de NMVB bedienen alle « poorten » van de Expo, dit vanuit het Noord- en Zuidstation, waar onder meer ook internationale reizigers verwacht worden. Een enkeltje Noordstation-Heizel kost 4 frank, vanuit het Zuidstation betaal je 10 (tram) of 4,5 frank (autobus). Daarnaast geeft de NMVB ook meerrittenkaarten uit.

Op zondagen en drukke dagen worden van de gewone lijnen een aantal ritten tot de Expo verlengd. Op zondagen gaat dit ondermeer om de tramlijnen vanuit Leerbeek, Ninove, Aalst en zelfs Waver en buslijnen uit Hamme-Mille, Halle (via Alsemberg en Beersel of via Oudenaken en Gaasbeek).

Er is ook een speciale pendel tussen het motel Drijpikkel en de Expo (Grote Paleizen). Bus 1650 is van dienst.

NMVB 1650

In totaal vervoerden de Buurtspoorwegen zo'n 6,75 miljoen passagiers. Topdag was de sluitingsdag, met zo'n 140.000 bezoekers.

MIVB: nieuwe bussen op pendeldiensten

Ook de toen nog jonge Brusselse vervoermaatschappij MIVB laat zich niet onbetuigd. Ze had met het oog op de nakende Expo een nieuwe busreeks aangekocht.

Omdat de maatschappij de Brossel-reeksen als meest betrouwbaar zag, bestelt ze bij deze Brusselse constructeur 60 chassis, van het type A96 DAR/C. Voor het koetswerk van deze reeks 8061-8120 spreekt ze Van Hool aan. De bussen - voorzien van een half-automatische gangwissel - worden geleverd tussen oktober 1957 en januari 1958. Ze worden gestald in de nieuwe garage Brogniez.

Tijdens de expo verzorgt de MIVB vier pendeldiensten. Drie vertrekken vanop het busstation van de Grote Paleizen richting parkings Karreveld, Kanaal en Dielegem. De vierde pendelbus rijdt rechtstreeks naar het Noord- en Zuidstation. Op dit busstation wacht de 8115 wacht zijn reizigers op. © Coll. L. Bollen.

MIVB 8115

Het tramstation van de MIVB Grote Paleizen wordt als « Centrexpo » herdoopt. De bussen en trams krijgen een gekleurd voorzetbord: groen (Esplanade), rood (Folklore), lichtblauw (Benelux), donkerblauw (Centrexpo) of geel (Grote Paleizen) mee. De bussen krijgen de Beneluxpoort als terminus, behalve voor speciale diensten die de ingang Grote Paleizen bedienen. De speciale lijn Zuid-Centraal-Noord-Benelux krijgt ’s avonds extra ritten vanuit de poorten Folklore en Attracties.

Na de expo

De Heizelvlakte kromp na de expo. De meeste paviljoens werden afgebroken, maar het Atomium en het Amerikaanse paviljoen (het huidige Amerikaans Theater) zijn aan de slopershamer kunnen ontkomen.

De halte De Wand/Dikke Linde was zowel in gebruik door de NMVB als MIVB. Tram 9980 voert een dienst uit naar Humbeek, terwijl de MIVB 1020 via lijn 20 in een grote boog doorheen Brussel richting Koekelberg gaat. © Coll. Michel Reps.

MIVB 8115

De tram kende tijdens Expo 1958 een korte heropleving. De expo was een financieel succes voor de Buurtspoorwegen en bewees het nut van de tram. Nadien zou het verval zich toch inzetten en verdween de boerentram uit het Brabantse landschap. Ook de tunnel onder de Heizel zou met het opheffen van trams richting Wemmel en Grimbergen in juli 1978 in onbruik geraken. Tot 1 september 1994, wanneer de MIVB deze tunnel terug in gebruik neemt voor haar tramlijn 19, die zo haar nieuwe eindpunt De Wand bereikt.

Lees meer over

Terug naar boven