Irisbus Agora

Irisbus nam in 1999 de modellen van Renault over.

Agora

We zien dan ook het logo van Irisbus (de dolfijn) opduiken op de diverse modellen, zoals de Agora. Ook de motor, de Renault MIDR 06.20.45 F/L (Euro 2) wordt verder ingebouwd. Deze wordt in 2001 vervangen door een nieuwe Iveco Cursor 8 F2B (Euro 3) motor. Hierdoor wordt de achterkant (grilles) aangepast. Deze configuratie zal verder gebruikt worden in de latere Citelis.

TEC Waals-Brabant 6.692.

TEC Waals-Brabant 6.692

Deze nieuwe motor zien we ook verschijnen bij de 73 nieuwe Agora S die in 2004 door de SRWT besteld werden. Deze werden in de loop van 2005 geleverd aan de TEC Charleroi (7301-7360) en de TEC Waals-Brabant (6.680-6.692). Deze Agora’s hebben nu een volledig lage vloer tot het einde van de bus.

De Agora kon ook met een gasmotor uitgerust worden; deze versie was vooral populair in Frankrijk. Naast de standaardversie werd ook een gelede versie van de Agora beschikbaar gesteld (Agora L). Deze heeft een vlakke lage vloer tot het midden van de aanhanger, waarna deze stijgt naar achter toe (met een trede bij de laatste deur).

Als in 2005 de laatste Agora van de band rolt, staat de teller op zo'n elfduizend eenheden. Het model wordt door de Citelis opgevolgd.

Agora Line

Eind 1998 werd ook de Agora Line ontwikkeld als een streekbus. Men wou hiermee een opvolger kweken voor de PR100.2. Omdat de motor anders kwam te liggen (liggend in de lengte in plaats van staand in de breedte) werd de achterkant iets anders uitgevoerd. Dit werd gedaan bij Safra, een carrossier uit Albi.

Van der Straeten 221010.

Van der Straeten 221010

In België kwamen vijf Agora Line in dienst : het was Marcel Cars dat begin 2005 de primeur kreeg. Eind 2005 kwamen nog vier stuks in dienst bij Van der Straeten. Deze gingen midden 2014 uit dienst.

De achterzijde van de Marcel Cars 112105 - © R. Dohmen.

Marcel Cars 112105

Bronnen:

  • Eigen documentatie

Lees meer over

Terug naar boven