Leyland LFRE-55

Omdat eind jaren 1970 de NMVB haar lastenboek anders opstelde, kon niet langer op het LIBRT chassistype gebouwd worden. Het nieuwe lastenboek voorzag immers in een verlaagde vloer tussen instap- en uitstapdeur, met daarnaa een trede om het tweede deel van de bus te bereiken (vroeger liep de vloer in een stuk licht hellend van voor naar achter). De asafstand werd tevens op 5,500 meter gezet.

Daarop kwam Leyland in 1979 met een chassistype dat enkel voor de Belgische markt bestemd was : het LFRE-55 chassis. Deze afkorting staat voor Low Frame Rear Engine, waarbij de 55 de asafstand van 5,500 meter aangeeft. Door de motor naar achter te verplaatsen, kon de vloer in het voorste deel van de bus verlaagd worden.

Buyse uit Heule kocht traditioneel bij Leyland. De laatste Leyland kreeg een Van Hool A120P bovenbouw. In 1988 - na de overname voor Hoornaert - kreeg de bus het nummer 358107. Kruishoutem, 1984, © M. Colman.

352103

Het chassistype bleek geen succes, bewezen door het feit dat er slechts 24 ingevoerd werden. Drie hiervan werden door Van Hool van een A120P carrosserie voorzien (de Diana Cars 255123, de Buysse 352103 en de Monserez 362111). De 21 overige kregen een TransCity bovenbouw van Jonckheere.

Deze Verleyen 370114 is een Jonckheere TransCity van de eerste generatie. Brugge Station, 1986.

370114

De eerste TransCity's op dit chassis zijn nog van het oude type, met ronde koplampen en twee grilles (zoals de Verleyen 370114 of 370115). Bij versie II worden de koplampen rechthoekig en is er nog maar één grille meer aanwezig.

De reden van het geringe succes moeten we wellicht zoeken in het feit dat Volvo (met zijn B10R) toen al heel sterk stond bij bedrijven die traditioneel Leyland (Worldmaster) kochten, en dat Leyland misschien net te laat kwam met zijn nieuw chassistype. Een overzicht van de 24 chassis vind je hier.

Bronnen:

  • Eigen documentatie
Terug naar boven