Leyland Royal Tiger, Tiger Cub, Royal Tiger Worldmaster

In april 1950 brengt Leyland een reeks chassismodules met een underfloormotor op de markt: de Royal Tiger, of PSU1, waarbij de U voor underfloormotor staat. De Royal Tiger werd als aanvulling bij de Olympic gezien, omdat het chassis voorzien was om een grote verscheidenheid aan koetswerken te dragen.

Alle Royal Tigers waren voorzien van een O.600 motor, een synchromesh versnellingsbak. Het chassis was voorzien om er een « trambus » op te bouwen, waarbij de instapdeur voor de eerste as komt.

Het model kon makkelijk herkend worden aan de badge waarop een tijger afgebeeld staat.

Exportmodellen

Leyland bracht samen met de modellen bestemd voor de thuismarkt ook een aantal exportmodellen op de markt. Allen uitgerust met de O.600 motor, konden ze koetswerken aan van 30ft tot 35ft 6in (9,144 tot 10,850 m).

Dit bleek een goede zet te zijn, zo goed dat de Royal Tiger grotendeels op export gericht werd. De modellen met een left-hand drive kregen een L voor het model. In België zijn er wellicht ook enkele LOPSU1/1 (met een wielbasis van 17ft 6in of 5,36 m) geleverd, waarvan eentje aan Alfons De Voeght uit Kampenhout, die Bostovo aanschreef voor een koetswerk. De chassis werden door Brossel ingevoerd.

In 1955 werd de productie van de Royal Tiger stopgezet. In de vijf jaar dat het model in productie was, zijn er ongeveer 6000 stuks van verkocht.

Tiger Cub

Tijdens de Commercial Motor Show van 1952 stelt Leyland een lichtere versie van de Royal Tiger voor. De « Tiger Cub » is een chassis met een wielbasis van 16ft 2in (4,93 m). Het is het eerste Leyland-model dat enkel met luchtremmen geleverd wordt. Voor de aandrijving zorgt de lichtere 5,7 liter O.350 motor.

Royal Tiger Worldmaster

Tegen eind 1954 werd vanuit de Royal Tiger de Royal Tiger Worldmaster ontwikkeld. Dit zwaarder chassis is een compleet herziene versie van het oorspronkelijke ontwerp van de Royal Tiger, aangevuld met elementen van de Tiger Cub (zo worden de achterste springveren buiten het frame gemonteerd). Het was een puur exportproduct.

De term Worldmaster was niet zomaar gekozen: door zijn robuustheid kon het alle terreinen en verkeerssituaties aan. Als motor was de O.600 voorzien, later kon ook gekozen worden voor de zwaardere O.680 11,1 liter motor.

De Worldmaster kwam in twee framehoogtes van 2ft 10in en 2ft 7in, waarbij de laatste met een "C" aangeduid werd. De LERT1/1 en LCRT1/1 hadden een wielbasis van 18ft (5,49 m) voor een koetswerk tot 37ft (10,36 m). De LERT2/1 en LCRT2/1 hadden een wielbasis van 20ft (6,096 m), voor koetswerken tot 37ft (11,28 m). Het model werd razend populair: maar liefst één vierde van de 20.000 geproduceerde Worldmaster was van het type LERT1/1.

Royal Tiger Worldmaster chassis waren quasi onverwoestbaar. Dit bewijst deze Veuve Geenens 455105. In dienst gekomen in januari 1962, was de bus in maart 1980 nog altijd werkzaam!

957

Het laatste Worldmaster chassis rolde in 1979 van de band. In het segment van de ondervloermotorchassis zou het nooit bijgebeend worden door zijn concurrent AEC, dat zijn Regal Mark IV pas eind jaren 1960 naar de Regal VI herwerkt.

In België werden twee types ingevoerd: het LERT2 en LCRT2 type. Vanaf 1968 vinden we soms LERT2A en LCRT2A terug. De A duidt op een nieuwe (efficiëntere) versie van de pneumocyclische versnellingsbak.

Tussen 1962 en 1964 werden 36 LCRT2/1 en 44 LERT2/1 afgenomen door de Belgische markt. In 1972 kocht Leyland Belgium 40 LCRT2A/1 chassis aan!

Deze Autobus Verleyen 9 kreeg een Van Hool carrosserie en stamt uit 1969 © Familie Verleyen.

370109

Gezien de lange productie werden in België heel wat koetswerkmodellen op het Worldmaster chassis gebouwd. De meeste zijn van de hand van Jonckheere en Van Hool. Dit gaat van de ronde modellen in de jaren zestig, over de vierkante en ronde types van de jaren zeventig tot zelfs nog enkele TransCity's in de late jaren zeventig!

De Ch. Mattheesen 103113 kreeg een vierkante Jonckheere opbouw. © Coll. P. Delizée.

103113

Bronnen:

  • Doug, J. (1984). The Leyland Bus. Glossop: The Transport Publishing Company.

Wil je iets kwijt over dit artikel?

comments powered by Disqus
Terug naar boven