A280, A500 en afgeleide types

Begin jaren 1980 had Van Hool reeds bij twee modellen het principe om de motor op de vloer tussen de twee assen te plaatsen toegepast: bij de gelede AG280 en de midibus AU 138. Hetzelfde principe zou Van Hool nu ook doortrekken bij de ontwikkeling van een nieuwe stadsbus. Deze wordt op het UITP congres van 1985 voorgesteld: de A280 is geboren.

In tegenstelling tot de laatste versie van de A120 (Intercity) is de voorruit minder sterk naar achter gebogen, en is de vloer laag gehouden. Hierdoor werden de zitjes wel op podesten geplaatst.

STIV 200 - Stembert. Verviers was de tweede stad waar de A280 zijn opwachting maakte.

STIV 200

Door de plaatsing van de (MAN) motor kon de vloer ook vlak gehouden worden over de hele lengte van de bus. Hierdoor kon achteraan een extra deur en platform gecreëerd worden. Een eerste prototype dweilde nadien de verschillende Belgische openbaar vervoerbedrijven af.

De tweede proto A280 op de terreinen van Monsanto. © W. Deckx.

proto A280 Monsanto

Bij dit eerste prototype zien we dat de lichten vooraan nog in de bumper geplaatst zijn. Bij een volgend prototype, bestemd voor de Franse markt, en dat model zal staan voor de reeksproductie, verhuizen de koplampen naar de voorkast. Ook is de achterkant anders uitgewerkt (minder hellend) en verdwijnen de kleine zijraampjes achteraan.

NMVB 2300 - St Marc village.

NMVB 2300

Pas in 1987 volgen de eerste (buitenlandse) bestellingen. In 1988 lichten de STIC en de Buurtspoorwegen hun opties. Bij de STIC komen drie stuks te rijden (216-218). De Buurtspoorwegen kopen tien stuks aan (2295-2304). Deze worden eerst in Luxemburg ingezet, maar verhuizen later naar Aalst.

Van A280 naar A500

Ondertussen had Van Hool in 1988 het model de nieuwe naam A500 meegegeven waarbij de 500 voor de vloerhoogte (van ongeveer 50 centimeter) staat.

In 1989-1990 bestellen de Buurtspoorwegen en de STIC elk nogmaals een reeks van tien A500. Dit worden respectievelijk de reeksen 2471-2480, later TEC Namen-Luxemburg 4.650-4.659) en 41-47 (nadien TEC Charleroi 7041-7047).

Van Coillie 365125 - Oostende station.

365125

Ook de exploitanten laten zich niet onbetuigd: Melotte uit Neerpelt koopt in november 1989 twee A500 aan (859156 en 859157). Aan de andere kant van Vlaanderen koopt Van Coillie in 1990 en 1991 ook twee A500 aan: de 365124 als driedeurs en de 365125 als tweedeurs. Beiden zouden later vernield raken door brand. Robbrecht, dat in 1990 het prototype zou kopen, had in 1989 reeds twee A500 gekocht (262133 en 262134), die het naderhand weer van de hand zou doen.

Aan de andere kant van de taalgrens had Naway uit Lettelingen reeds in oktober 1988 een A280 gekocht (de 460109). Nadien volgden nog drie A500.

In 1991 worden de ronde koplampen voor rechthoekige ingeruild bij de A500, dit naar analogie met andere modellen bij Van Hool.

MIVB 8387 - Ukkel Stalle. © M. Reps.

MIVB 8387

De A500 kan blijkbaar ook de MIVB bekoren. In 1991-1992 mag Van Hool maar liefst 180 bussen leveren aan het Brusselse bedrijf. Het worden twee reeksen: 8301-8420 en 8421-8480. Naderhand worden dertig bussen voorzien voor de zogenaamde « speciale diensten ». Om meer zitplaatsen te verkrijgen, wordt de middendeur opgeheven. Bij de MIVB gaan deze bussen als de A500SP voor het leven.

TEC Liège-Verviers 529 - Liège Place Coronmeuse. De tweede trede is duidelijk zichtbaar.

TEC 5.529

Ook De Lijn en TEC kochten verder A500 aan. De nieuwbakken SRWT plaatste in 1992 een bestelling bij Van Hool voor 103 A500. Deze zouden verdeeld worden over Henegouwen (3600-3647), Charleroi (7051-7066) en Luik-Verviers (521-561). Maar Luik stribbelde tegen: zij wilden immers bussen zonder podesten. Dit werd door Van Hool opgelost door de ruimte tussen de podesten op de vullen. Deze zogenaamde A500PL (podestloos) heeft dus ’n trede meer en een iets hogere vloer dan de gewone A500.

De Lijn 3230 - Bilzen St. Martinusstraat.

De Lijn 3230

Bij De Lijn kwam in 1993 een reeks A500 te rijden (2958-2972); deze waren oorspronkelijk voor een Duits bedrijf voorzien. Eind 1994 volgde een tweede reeks (3219-3236). Hier werd echter geen middendeur voorzien, waardoor het aantal zitplaatsen verhoogd werd. Beide reeksen kwamen in Limburg te rijden.

Het A500 model zou nog blijven bestaan tot in 1998. Er werden in totaal zo’n 600 exemplaren van gebouwd, waarvan de helft in België kwam te rijden. Zo’n 200 stuks vonden hun weg naar Franse bedrijven. Het betekende een doorbraak voor Van Hool op deze markt.

En het eerste prototype? Dat werd na z’n talloze omzwervingen begin 1990 door de firma Robbrecht gekocht, die de bus als 262135 nummerde. In 2001 kwam de bus bij Kruger terecht, eerst als 157216, later hernummerd in 110524. Na z’n uitdienstname werd hij aangekocht door META, en is nu in het VlaTAM te zien.

AG500

In 1996 bouwde Van Hool een nieuw type gelede bus waarbij men de vloerhoogte van de A500 overnam. De instap was dus lager dan bij een AG700, maar het voordeel tegenover de lagevloer AG300 was dat men meer zitplaatsen kon aanbieden.

De Lijn 3346 - Evere Haachtsesteenweg.

De Lijn 3346

Een eerste reeks van 22 bussen die in 1996 aan De Lijn geleverd werd (3346-3367), hebben nog het uiterlijk van de A500/A600, dus met een nauwe witte band tussen de raampartij en het dak.

De Lijn 3780 - Bree Opitterpoort.

De Lijn 3780

Een volgende reeks, geleverd in 1999 (3774-3794), kreeg een carrosserie die sterk op de AG300 lijkt. Net zoals bij reeks A500/2 die aan de TEC-Charleroi geleverd werd, zit het verschil hem in de afstand tussen de koplampen en de knipperlichten aan de voorzijde van de bus. Qua chassis en zetelindeling is deze bus identiek met de eerste reeks.

De Lijn 4294 - Aalst Leo Gheeraedtslaan.

De Lijn 4294

In 2001 en 2003 werden tenslotte een derde en vierde reeks AG500 in dienst gesteld (4139-4157 en 4278-4294). Deze rijden in Vlaams-Brabant en verschillen opnieuw met de vorige reeksen: in de aanhanger is de deur naar voor verplaatst, net na de geleding. Ook hebben ze nu een MAN-motor terwijl de oudere reeksen een DAF-motor hadden. Net zoals de AG300 heeft ook de laatste reeks AG500 de typische « pet » boven de voorruit.

Desondanks het feit De Lijn geen interesse meer betoont in bussen met een opstap, werd de AG500 toch nog verder geproduceerd voor buitenlandse markten. Vooral Algerije was een grote afnemer van het model. Voor dit land werd zelfs een dubbelgelede versie ontwikkeld, de AGG500.

A500/2

Een aangepaste versie van de A500 werd in de loop van 1997 voor de TEC Charleroi besteld.

TEC Charleroi 7634 - Marchienne-au-Pont Rue de la Providence.

TEC 7634

Deze reeks A500 - die net als de A508F en recentere AG500 reeksen de look van het A300-model kreeg - werd aangedreven door de lokaal geproduceerde Caterpillar motor. Van deze zogenaamde A500/2 werden er in 1998 en 1999 85 stuks aan de TEC Charleroi geleverd, die de reeks 7601-7685 zouden gaan vormen.

Terug naar boven