Het Standaard I-type

Einde jaren 1940 staan de Buurtspoorwegen voor een keerpunt. De stijging van de lasten en de sterke opkomst van het privé-vervoer (zowel reizigers als goederen) noopten het bedrijf tot een grondige rationalisering. Toen het duidelijk werd dat de NMVB deze strijd zou verliezen moest men naar nieuwe oplossingen zoeken.

De autobus werd op dat ogenblik gezien als de ideale schakel in het nieuwe wegverkeer. Dit werd benadrukt in de plannen voor de « Struktuurhervorming », waarbij de bus in de volgende 15 jaar de tram bijna volledig zou wegdrukken. Maar omdat een dergelijke beslissing de aankoop van honderden nieuwe bussen zou vereisen, zocht de NMVB naar de ideale standaardbus.

Aan welke eisen moest deze bus voldoen? Eerst en vooral een eenvoudige opbouw, dat een minimaal onderhoud vereist. In de werkplaatsen zou gespecialiseerd personeel instaan voor het groot onderhoud en revisies.

Voor het koetswerk werd een metalen balkstructeuur bestudeerd. Hierdoor kon het gewicht van het geraamte aanzienlijk verminderd worden. Een licht onderstel werd voorzien om voldoende weerstand te bieden voor de bevestigingspunten van de ophanging en de motor.

De instapdeur moest voor de vooras komen, de uitstapdeur werd voorzien op twee derden achteraan de bus. Ter hoogte van deze uitstapdeur moest een platform voorzien worden. De vloer werd over de hele lengte van de bus vlak gehouden.

Daarnaast werd rekening gehouden met de invoering van de eenmansbediening. De chauffeur, die over een een comfortabele stuurcabine moest beschikken, stond ook in voor de aflevering van de vervoersbewijzen.

Drie types bussen kwamen zo op de tekentafel terecht: een type voor 40 plaatsen, één voor 55 à 66 plaatsen en een derde type voor 75 à 100 plaatsen. Enkel types 1 en 3 zouden gebouwd worden. Het type 1 zou de typische stadsbus worden.

Qua uiterlijk zou de standaardbus ook een nieuwe, ruimer aanvoelende vormgeving krijgen. De inspiratie voor de voorruit kwam van de Amerikaanse GMC bussen, waarvan er in 1947 eentje door de Buurtspoorwegen aangekocht werd. Vooral de vlakke neus met twee schuin naar binnen hellende voorruiten, is duidelijk afgekeken.

Bus 114 in Brugge. Wie herkent de precieze locatie? Het busje heeft al enkele kenmerken van het Standaard I-type. Enkel de voorruit doet nog denken aan de reeksen Brossels met de stuurcabine boven de vooras.

NMVB 114

Een eerste embryonale poging zou een reeksje stadsbussen voor Brugge worden. Deze reeks 111-122, gebouwd door Jonckheere op het Chevrolet GT30 chassis, en geleverd in 1950, draagt al heel wat kenmerken van de standaardbus.

Positie van de motor

Wat de motoropstelling betreft werden twee opties overwogen: onder de vloer tussen de assen of helemaal achteraan. De NMVB wou beide opstellingen testen, en dus werden enkele proefreeksen aangekocht.

In 1951 werden zo twee General Motor chassis aangekocht. Deze hadden een achteraan geplaatste dieselmotor. Hierdoor konden extra zitplaatsen voorzien worden. Jonckheere zorgde voor de opbouw. Dit werd reeks 832-833.

Een foto van bus 808 op de Brugse Grote Markt. Deze reeks Guy bussen werd door de Antwerpse constructeur Willems ingevoerd. In Engeland waren bussen met een zogenaamde underfloormotor al goed ingeburgerd.

NMVB 808

Tevens probeerde de NMVB tussen 1951 en 1953 een model uit met een horizontale motor onder de vloer. Deze opstelling kende bij Britse vervoerders een groot succes. Er werden twee reeksen besteld: tien stuks bij Guy met een Gardner motor (800-809), en tien stuks bij Leyland (van het type Olympic, 810-819). Deze werden respectievelijk voorzien van een opbouw door Jonckheere en Van Hool.

Zo werden in 1953 40 Brossel A92 DHLS (koetswerk door Jonckheere, 894-933) en 40 Leyland Olympic bussen (met een koetswerk van les Ateliers Métallurgiques de Nivelles, 934-973). Deze laatsten hadden een zelfdragend chassis. Leyland leverde de horizontale motoren.

948 - AMN te La Roche-en-Ardenne

NMVB 948

Nog was de NMVB niet overtuigd, want bij de Duitse constructeur Magirus-Deutz bestelde ze in 1953 50 bussen, die door Jonckheere van een koetswerk voorzien werden (977-1026). De oorspronkelijke zescylinder motor werd in 1956 reeds door een zwaarder type (achtcylinder) vervangen. Deze vond men te lawaaierig, zodat de NMVB besloot om enkel bussen met waterkoeling haar voorkeur te geven. Hierbij koos de NMVB voor het Brossel A93 chassis.

Uiteindelijk koos de NMVB dus voor de plaatsing van de motor achteraan de bus. Nu het Standaard I model op punt stond, kon de productie beginnen.

Tabel 1. De eerste Standaard I-reeksen.
ReeksOnderstelKoetswerkIn dienstGroep
800-809 Guy Jonckheere 1951 WV
810-819 Leyland Olympic Van Hool 1951 Lg
832-833 GMC Jonckheere 1952 NL
894-933 Brossel A92 DLHS Jonckheere 1952-1953 Lg, B, OV, WV, H
934-973 Leyland Olympic A.M.N. 1952-1953 NL, A, H
974 Büssing A.M.N. 1953 B
977-1026 Magirus O6000 Jonckheere 1954 B, A, WV, OV

Het Brossel A93 chassistype

Twee prototypes van het Standaard I model op een Brossel A 93 DAR chassis werden in 1953 in de werkplaatsen van de NMVB van Hasselt gebouwd (1037-1038). Ze vormden de kiem van in totaal 469 exemplaren die tussen 1954 en 1957 geleverd werden. Als motor werd gekozen voor een Leyland van 154 pk, die achteraan de bus ingebouwd werd. Het chassis had een wielbasis van zes meter.

Tabel 2. De reeksen Brossel A93 DAR.
ReeksOnderstelKoetswerkIn dienstGroep
1037-1038 Brossel A93 DAR NMVB Hasselt 1954 Lb
1054-1078 Brossel A93 DAR Jonckheere 1954 Lb, Lg, B
1079-1103 Brossel A93 DAR Ragheno 1954-1955 B, OV, WV, Lg, NL
1104-1118 Brossel A93 DAR NMVB Hasselt 1955 Lb
1119-1138 Brossel A93 DAR Jonckheere 1954-1955 NL, Lb, Lg
1154-1183 Brossel A93 DAR Ragheno 1955 H, NL, OV, WV, B
1184-1236 Brossel A93 DAR Jonckheere 1955 Lb, B, OV, WV, A, Lg, NL
1237-1286 Brossel A93 DAR Ragheno 1955-1956 B, H, OV, WV, NL, Lb
1287-1311 Brossel A93 DAR NMVB Hasselt 1955-1956 Lb
1379-1388 Brossel A93 DAR NMVB Hasselt 1956-1957 Lb
1389-1392 Brossel A93 DAR Jonckheere 1955 Lg
1393-1442 Brossel A93 DAR Ragheno 1956 WV, Lg, H, NL, Lb
1443-1492 Brossel A93 DAR Jonckheere 1956 H, Lg, WV, B, A
1493-1502 Brossel A93 DAR NMVB Hasselt 1957 Lg
1534-1573 Brossel A93 DAR Jonckheere 1957 NL, B, Lb, H, OV
1574-1613 Brossel A93 DAR Ragheno 1957 A, H, OV, B
1614-1633 Brossel A93 DAR NMVB Hasselt 1957-1958 Lb

Bus 1392 in Droixhe (nabij Luik). Typisch aan uitwerking van de Brossel chassis was het verhoogde achterste, dat plaats bood aan de luchtkoeling. Het stervormige Brossel-logo was duidelijk zichtbaar. Het hele plaatje moest het geloof in de toekomst uitbeelden: een nieuwe bus in een nieuwe wijk.

NMVB 1392

Het koetswerk werd gebouwd door Ragheno, Jonckheere of de NMVB werkplaatsen van Hasselt. Er was plaats voor 40 zittende en 49 staande reizigers.

Na de afvoer van de enkele A93 DAR-reeksen (1054-1078, 1104-1118, 1119-1138, 1184-1236 - in de periode 1961-1964) werden verschillende chassis hergebruikt om er bussen van de reeks 2421-2446 mee op te bouwen. Dit gebeurde door de NMVB werkhuizen van Hasselt.

Enkele bussen uit latere reeksen reden ook in het NMBS-groen rond. Zo werd het grootste deel van de reeks 1574-1613 (1583-1609) in deze livrei uitgevoerd. De Buurtspoorwegen waren immers ook pachter van enkele NMBS vervangingslijnen geworden. Bekijk de buslijsten voor meer details.

Stadsbussen

Reeds in 1949 had de NMVB een eerste reeks stadsbusjes in het verkeer gebracht (reeks 111-122). Op het chassis van het type Chevrolet GT30 bouwde Jonckheere het koetswerk, dat reeds in de geest van het Standaard I model gevormd was (zie hierboven). Hierbij kwam de instapdeur voor de vooras en de uitstapdeur op twee derden van de bus. Dit type werd in 1951 aan het nieuwe standaardontwerp aangepast. Er zouden nog zes reeksen volgen.

De busjes waren uitgerust met een Perkins P6V motor (6-cylinder, eerst benzine, later diesel) en boden plaats aan 27 zittende en 13 staande reizigers.

De bestellingen in de 800 reeks volgden elkaar snel op. Dit was nodig omdat de Buurtspoorwegen begin jaren vijftig haastig werk maken om diverse stedelijke tramnetten op te doeken.

De eerste reeks (820-831) kwam midden 1951 in Knokke, Kortrijk en Brugge te rijden. Naderhand verkasten enkele exemplaren naar Aalst en St-Niklaas, toen daar het stadsnet van de toenmalige uitbaters overgenomen werden.

De busjes 834-853 kwamen vanaf november 1951 tot maart 1952 voor het merendeel in Namen en Doornik terecht. Naderhand verkasten ze naar Leuven, Mechelen, Turnhout, Aalst en St-Niklaas.

Namen en Doornik waren het oorspronkelijke terrein van de derde reeks (854-873), geleverd tussen augustus en november 1952. Nadien vertrokken ze allemaal naar andere oorden, zoals Leuven, Mechelen, Kortrijk, Aalst en St-Niklaas.

De 20 stuks uit de reeks 874-893 werden tussen augustus en november 1952 geleverd in Leuven, Mechelen en Namen. Later verhuisden enkele busjes nog van stelplaats. De 975 en 976 reden vanaf mei 1953 te Brugge en Leuven.

De leveringen van de eerste stadsbusjes volgden het ritme van het opdoeken van de stedelijke tramnetten door de NMVB. In Namen verdween de stadstram in 1952. In de plaats kwam een reeks stadsbusjes te rijden. De 874 staat op kop van een rij bussen aan het Naamse station.

NMVB 874

Twee van deze busjes werden in 1953 als proef uitgerust met een propaanmotor (LPG). Testen hadden immers uitgewezen dat het verbruik bij een dergelijk type motor lager lag dan bij een dieselmotor. Uit de test bleek dat dit inderdaad het geval was, zodat het gebruik ervan uitgebreid werd.

Tabel 3. Stadsbusjes op het Chevrolet GT30 chassis.
ReeksOnderstelKoetswerkIn dienstGroep
820-831 Chevrolet GT30 Jonckheere 1951 WV
834-853 Chevrolet GT30 Jonckheere 1951-1952 NL, H
854-873 Chevrolet GT30 Jonckheere 1952 B, A, NL
874-893 Chevrolet GT30 Jonckheere 1952-1953 NL, A, B
975-976 Chevrolet GT30 Jonckheere 1953 WV, B
1337-1351 Chevrolet GT30H Jonckheere 1955 NL, OV, WV, B
1353-1377 Chevrolet GT30H Jonckheere 1955-1956 H, B, A

Naast Chevrolet werd ook hier gebouwd op een Brossel chassis (het A75 type). Tussen 1953 en 1955 kwamen zo vier reeksen in dienst.

Bus 1039 werd oorspronkelijk op de Naamse stadslijnen ingezet. Later verkaste hij naar Brabant. Het was niet ongewoon dat dergelijke kleine busjes ook op streeklijnen verschenen. Het Rad, 08.1962. © P. Tordeur.

NMVB 1039

De eerste reeks kwam terecht in midden 1954 terecht in Namen, maar zou later ook verdeeld worden onder Oostende, Kortrijk en Mechelen, wanneer Namen busjes uit de laatste reeks kreeg. Ook de tweede reeks (1039-1053) kwam eerst in Namen te rijden, en verkaste later naar Kortrijk, Oostende en Mechelen. De derde reeks (1139-1153) werd in Oostende ingezet. In oktober en november 1955 kwam de laatste reeks (1312-1336) in dienst te Namen. Nadien zouden de 1319-1336 naar Oost-Vlaanderen (Aalst en St-Niklaas) gemuteerd worden.

Het Brossel A80 C/DAR chassis was het derde type waarop stadsbusjes volgens het Standaard I-concept gebouwd werden. Drie busjes (1509-1511) waren zelfs uitgerust met panoramaruiten en carzitjes! Ze werden vanaf mei 1957 in Namen ingezet, om er in augustus 1966 alweer afgevoerd te worden. Busjes 1506-1508 werden eerst in Leuven ingezet, maar verkasten nadien naar de groep Luik, waar ze tot 1965-1966 in dienst bleven.

De 22 stuks uit de laatste subreeks werden tussen juli en november 1957 verdeeld tussen Brabant, Henegouwen (Doornik) en Luik. Naderhand verhuisden enkele Henegouwse exemplaren naar West- en Oost-Vlaanderen. Gemiddeld bleven de busjes tien jaar in dienst (tot 1965-1967).

Drie Brossel A80 C/DAR werden met panoramaruiten uitgerust. Ze werden ingezet op de Naamse stadslijn 3, die de Citadel en de Route Merveilleuse aandeed.

NMVB 1509

Ondertussen had de NMVB in 1956 zes Mercedes onderstellen van het type O 321H aangekocht. Hierop bouwde Jonckeere op de eerste drie bussen een carrosserie volgens het Standaard I type. Deze 1503-1505 werden eerst in Namen ingezet. Nadien verhuisden ze naar Aarlen en Kortrijk.

De overige drie bussen (1684-1686) werden uitgerust met een Mercedes-motor. De carrosserie, opnieuw door Jonckheere gebouwd, vertoonde echter al de kenmerken van het Standaard II type.

Na drie jaar testen werd besloten om met de combinatie Mercedes-Chevrolet verder te gaan. In totaal zouden er 140 Mercedes onderstellen besteld worden; deze werden toen al volgens het Standaard II type opgebouwd.

Tabel 4. Stadsbusjes op Brossel en Mercedes-chassis.
ReeksOnderstelKoetswerkIn dienstGroep
1027-1036 Brossel A75 DAR Jonckheere 1953-1954 NL
1039-1053 Brossel A75 DAR Jonckheere 1954 NL
1139-1153 Brossel A75 DAR Jonckheere 1954-1955 WV
1312-1336 Brossel A75 DAR Jonckheere 1955 NL
1503-1505 Mercedes-Benz
O 321H
Jonckheere 1956 NL
1506-1533 Brossel A80C DAR Jonckheere 1957 B, NL, H, Lg
Terug naar boven