Het Standaard III-type

In 1968 stelt het Ministerie van Verkeerswezen een nieuw lastenboek op voor de bouw van autobussen. Opvallend is het hoger profiel van de ramen zodat de hele bus ruimer oogt. De breedte van de uitstapdeur werd bijna verdubbeld zodat het uitstappen vlotter kon verlopen.

Ook de bestuurderpost werd volledig hertekend. Alle bedieningsknoppen werden links van de chauffeur in één paneel ondergebracht. Dit vormt de bovenkant van de elektrische kast, die toegankelijk is langs de linkerbuitenzijde van de bus.

Een laatste nieuwigheid was de installatie van een parkeerrem, die pneumatisch bediend werd met behulp van een handel, links van de stuurpost.

De Van Hool-Fiat 420 en 409 reeksen

In 1968 verschenen twee prototypes Van Hool bussen met dit nieuwe koetswerk (3475 en 3476). Opvallend was de gebogen voorruit. Deze werd echter de volgende reeksen verlaten voor een iets minder gebogen model. Het model met de gebogen voorruit zou wel gebruikt worden bij reeksen die aan de stedelijke bedrijven van Luik, Charleroi en Brussel geleverd gaan worden.

De nog in de rode livrei geleverde 3475 staat hier op de Antwerpse Rooseveltplaats. © Coll. R. Van Poppel.

NMVB 3475

De twee prototypes en de daaropvolgende reeks (3477-3624) waren nog van het Van Hool 420HA type. Ze hadden een lengte van 11,98 meter en een wielbasis van 6,1 meter. Hierdoor werd de wendbaarheid in het steeds drukker wordende verkeer verhoogd.

NMVB 3886 aan het station van Veurne. © M. Reps.

NMVB 3886

Vanaf 1971 volgde het nieuwere Van Hool 409 type de 420HA op. Deze bussen waren ongeveer 20 cm korter, en hadden een wielbasis van maar 5,6 meter. Dit gebeurde om de bus wendbaarder te kunnen maken in het steeds drukker wordende verkeer. In totaal werden 559 Van Hool 409 geleverd (reeksen 3625-4099 en 4125-4199). Drie reeksen werden trouwens door Jonckheere opgebouwd (3950-4099).

Tabel 1. De Van Hool-Fiat reeksen.
ReeksOnderstelKoetswerkIn dienstGroep
3475-3476 Van Hool 420HA St.6 Van Hool 1969-1970 A
3477-3624 Van Hool 420HA St.6/ Van Hool 1969-1970 A, H, NL, WV, B
3625-3699 Van Hool 409 AI6 Van Hool 1971-1972 A, B, OV, H, NL
3700-3799 Van Hool 409 AI6 Jonckheere 1971-1972 NL, H, A, WV, Lb, OV, Lg
3800-3899 Van Hool 409 AI6 Van Hool 1972-1973 B, H, A, WV
3900-3949 Van Hool 409 AI6 Van Hool 1973 H, B, A
3950-3984 Van Hool 409 AI6 Jonckheere 1973 H, Lb, WV
3985-4024 Van Hool 409 AI6 Jonckheere 1973 N, A
4025-4099 Van hool 409 AI6 Jonckheere 1973 H, B, A, Lg, OV, WV
4125-4199 Van Hool 409 AI6/2 Van Hool 1974 OV, Lb, WV, A

De eerste Van Hool-DAF reeksen

Vanaf de reeks 4200-4285 maken de Buurtspoorwegen de overgang naar de 11-liter motor. Van Hool verlaat hierbij Fiat voor de DAF DKL1160 motor. Deze was - bij de AI 114X - gekoppeld met een Leyland DB60-versnellingsbak. Bij de volgende reeksen wordt dit de Voith 501 JBR.

Een portie van de reeks 4200-4284 werd eerst in Henegouwen ingezet. Deze gingen later naar Brabant. De 4209 nabij het station van Bergen.

NMVB 4209

Ook het interieur ondergaat bij deze reeksen een kleine wijziging: de enkele rij zitjes verschuift van de deur- naar de raamzijde van de bus. De chauffeurszetel is niet meer kantelbaar wat de stabiliteit bevordert.

Bij al deze Standaard III-reeksen zien we ook dat de klassieke ophanging met veren ingeruild werd voor de semi-pneumatische ophaning, vanaf bus 4200 zelfs voor de volledig pneumatische ophanging. Hierbij wordt gebruik gemaakt van rubberen kussens of balgen, gevuld met luchtdruk. Deze vinden we tussen de assen en het onderstel of koetswerk. Daarnaast beschikken deze reeksen ook over schokdempers, waardoor de ophanging soepeler wordt.

Een staatsiefoto van de groene 4440. © Van Hool.

NMVB 4440

Vanaf bus 4375 zien we het AI 119 model opduiken. In 1975 werden hiervan 100 stuks geleverd (4375-4474), waarvan de laatste 35 in de groene NMBS uitvoering.

NMVB 4754 nabij het Brusselse Noordstation. © M. Reps.

NMVB 4754

Daarna volgde de grootste bestelling uit de NMVB-geschiedenis: tussen 1975 en 1977 leverde Van Hool maar liefst 325 AI 119/2 bussen (reeks 4500-4824). Ze hebben een bijna horizontale vloer, met een verlaagde instapzone en een trede achter de bestuurderscabine.

Deze laatste reeksen kregen ook een nieuwe kleurstelling in het interieur, wat zou doorleven doorheen de jaren 1980: groen (vloer), oranje (zitjes), beige (zijwanden en plafond) en grijs (handgrepen).

Tabel 2. De Van Hool-DAF reeksen.
ReeksOnderstelKoetswerkIn dienstGroep
4200-4284 Van Hool AI 114X Van Hool 1974 B, H
4375-4439 Van Hool AI 119X Van Hool 1975 A, Lb
4440-4474 Van Hool AI 119X Van Hool 1975 Lg, NL
4500-4824 Van hool AI 119/2 Van Hool 1975-1977 H, NL, A, B, Lb

De invulling door andere constructeurs

Het Standaard III-model zou niet enkel door Van Hool gebouwd worden. Kleinere reeksen werden door andere Belgische constructeurs geleverd.

De Bus & Car bussen zouden niet lang bij de NMVB blijven. Enkele kwamen ondermeer bij Cannaerts en KAV terecht. Hier staat de 4285 op de Luikse Place St-Lambert.

NMVB 4285

Tussen de 409 en het nieuwere AI 114/119 type bouwde de Brugse constructeur Bus & Car in 1974 een reeks van 40 integraalbussen op het eigen Eagle 14 chassis (4285-4324).

In Namen werden de Volvo/Jonckheere bussen ondermeer op de stadslijnen ingezet. © M. Reps

NMVB 4344

In 1975 volgde nog een aparte busreeks. Het ging om 50 eenheden met het Volvo B59-55 chassis en een opbouw door Jonckheere (4325-4374). De Volvo turbomotor werd bijzonder geschikt geacht voor de hellingrijke Naamse en Luikse lijnen.

Dit is trouwens de eerste reeks streekbussen die vooraan ook een dubbele deur krijgt. Dit zou in de latere reeksen - behalve de bussen die voor de NMBS reden - veralgemeend worden. Een andere nieuwigheid was de retarder die in de versnellingsbak ingewerkt werd, zo kon remenergie afgeleid worden naar de koelwaterkring.

Tabel 3. Andere Standaard III-reeksen.
ReeksOnderstelKoetswerkIn dienstGroep
4285-4324 Bus & Car Eagle 14 Bus & Car 1974 Lg
4325-7374 Volvo B59-55S Jonckheere 1975 NL, Lg

De stadsbussen

Naast streekbussen werden ook stadsbussen volgens het standaard III model gebouwd.

Een antal bussen uit de reeks Van Hool 402 was in Aalst in dienst. © A. Vlieghe

NMVB 4115

De voorloper van de AU 124 verschijnt in 1973 op het toneel (reeks 4100-4124). Het was een door Van Hool integraal gebouwde bus met een OM motor (die vanaf 1977 door gerecupereerde Mercedes-motoren vervangen werden). Zowel vooraan als achteraan verscheen een dubbele deur. De vleugels van de instapdeur kunnen ook afzonderlijk bediend worden. De bussen kwamen in de groep Oost-Vlaanderen te rijden, maar bleven er niet lang.

Uit de laatste reeks is de 5065 onderweg in Kortrijk. © A. Vlieghe

NMVB 5065

Nadien volgen nog drie reeksen AU 124, die nog volgens het standaard III model opgebouwd werden. Ze waren nu voorzien van een krachtige Cummins-motor. In totaal kwamen er 115 bussen van dit type te rijden. Ondertussen waren de eerste leveringen van reeksen volgens het nieuwe model al bezig.

Tabel 4. De stadsbussen volgens het Standaard III-model.
ReeksOnderstelKoetswerkIn dienstGroep
4100-4124 Van Hool 402 Van Hool 1973-1974 OV
4475-4499 Van Hool AU 124 Van Hool 1976 B, A
4825-4864 Van Hool AU 124 Van Hool 1976 B, NL
5040-5089 Van Hool AU 124 Van Hool 1976-1977 WV, A, NL, B
Terug naar boven