Het Standaard IV-type

Midden jaren 1970 herschrijft de NMVB haar lastenboek voor de bouw van de standaardbus. Er wordt nu vooral aandacht besteed aan een groter motorvermogen, maar ook het comfort en veiligheid worden niet uit het oog verloren.

De nieuwe standaardbus voorzag een capaciteit van 90 plaatsen, waarvan 40 à 45 zittende. De motor moest een vermogen van 180 pk kunnen opwekken. Qua comfort werd voorzien in een integrale luchtvering en een hydraulische retarder.

Qua uiterlijk vallen vooral de grote raampartijen en het hertekende front van de bus op. Het interieur is vrijwel identiek als de laatste reeksen van het Standaard III type : groene vloer, oranje zitjes, etc. Wel werd de verlichting nu langs beide zijden geplaatst ipv het midden.

In een deel van deze bussen werd ook de self-service ingevoerd om de middendeur te openen. Dit systeem is gecombineerd met gevoelige treden die ervoor zorgen dat de reiziger niet geklemd kan raken tussen sluitende deuren.

Een andere opvallende nieuwigheid was de verlaging van de vloer in het voorste deel van de bus. Zo was zowel bij de instap als uitstap maar een enkele trede te overwinnen. Na de tweede deur volgde echter een trede waarna de vloer licht helde naar het einde van de bus toe. Er moesten dus ook nieuwe bustypes ontworpen worden om aan dit lastenboek te voldoen.

De reeks Volvo/Jonckheere bussen werd nog grotendeels in de rode NMVB-kleurstelling geleverd. De 4887 op de Luikse Place St-Lambert. © A. Vlieghe

NMVB 4887

Voor een eerste reeks bussen van het Standaard IV type kozen de Buurtspoorwegen voor de al beproefde combinatie Jonckheere-Volvo. In 1976-1977 kwamen zo 150 bussen van dit type terecht in de groepen Namen en Luik.

De 5022 aan het Gentse St-Pietersstation

NMVB 5022

Daaropvolgend bouwde Jonckheere nog een reeks van 25 bussen op het Leyland B21 chassis. Deze kwamen in de groep Oost-Vlaanderen te rijden.

Een ander prototype werd in 1978 door Jonckheere gebouwd op het nieuwe Mercedes O 305J chassis. Dit chassis was door Mercedes ontwikkeld voor een opbouw door Jonckheere. Deze bus kwam nadien bij de exploitant Seys-Coopman uit Aalter terecht.

De Van Hool A120

Het begrip van het Standaard IV type is vooral aan de Van Hool A120 gekoppeld. Het model werd in 1976 volgens de principes van de standaardbus ontworpen en in 1977 voorgesteld. Al vlug bestelde de NMVB er een reeks van 266 exemplaren van. Ze kwamen in de loop van 1977 en 1978 op de weg (reeks 5090-5355). Samen met de introductie van deze reeks werd ook het nieuwe kleurenschema (crème-oranje) ingevoerd.

NMVB 5171 is onderweg tussen Spy en Temploux.

NMVB 5171

In de daaropvolgende reeksen werden steeds kleine verbeteringen doorgevoerd. Vanaf de reeks 5562-5688 worden de ronde koplampen door rechthoekige exemplaren vervangen.

De 5661 heeft net het busstation van Aarschot verlaten. &copy: M. Reps

NMVB 5661

De motor was steevast van het type DAF DKL1160, behalve bij de reeksen 5689-5714 en 5945-5970, die met een MAN D2566 motor uitgerust waren. Deze bussen waren dan ook voorzien voor zwaardere diensten. Met deze MAN-motoren werden ook tests uitgevoerd met verschillende vermogens en diverse types gangwissels. Al deze proeven mikken op een lager dieselverbruik.

De 2075 wacht zijn volgende rit af aan de Gentse Zuid. &copy: M. Reps

NMVB 2075

In totaal zouden er acht reeksen in dienst komen : 5090-5355 (A120/01), 5356-5545 (A120/11), 5546-5555 (A120/14), 5562-5688 (A120/31), 5689-5714 (A120/50), 5796-5944 (A120/31), 5945-5970 (A120/32) en 2000-2099 (A120/31). Het model domineerde dus de volledige jaren 1980. Het was ook de eerste keer dat een model dat door de Buurtspoorwegen gebruikt werd ook vlot ingang vond bij de diverse privé-exploitanten.

De 5729 aan het Rabot te Gent. Een deel van deze reeks begon zijn leven in Luik. © M. Reps

NMVB 5729

Tussen al deze door Van Hool gebouwde bussen kwam in 1981-1982 nog een reeks in dienst die door Jonckheere gebouwd werd, dit op het Mol Eagle M31 chassistype en met een Mercedes motor. Uiterlijk was er (behalve de merkaanduiding) weinig verschil te merken.

Tabel 1. De Standaard IV streekbussen.
ReeksOnderstelKoetswerkIn dienstGroep
4865-5014 Volvo B59-55/2 Jonckheere 1977-1978 Lg, NL
5015-5039 Leyland B21/LS Jonckheere 1977 OV
5090-5355 Van Hool A120/01 Van Hool A120 1977-1978 H, Lg, B, NL, Lb, WV
5356-5545 Van Hool A120/11 Van Hool A120 1979-1980 A, Lb, Lg, B, H, WV
5546-5555 Van Hool A120/14 Van Hool 1980 H
5562-5688 Van Hool A120/31 Van Hool 1980-1981 H, NL, WV, Lg, A, B
5689-5714 Van Hool A120/50 Van Hool 1981 H, Lb
5715-5739 MOL Eagle M31 Jonckheere 1981-1982 Lg, OV
5796-5944 Van Hool A120/31 Van Hool 1981-1982 A, Lg, OV, H, NL, WV, Lg
5945-5970 Van Hool A120/32 Van Hool 1983 A, B
2000-2099 Van Hool A120/31 Van Hool 1982 NL, A, B, H, OV
2255-2289 Van Hool A120/32 Van Hool A120 intercity 1989 WV, H

De eerste gelede bussen

Ondertussen waren op bepaalde lijnen standaardbussen te beperkt in capaciteit om de grote reizigerstoevloed vlot te kunnen verwerken. Daarom bestelde de NMVB in 1981 als proef een reeks van 56 gelede bussen.

De eerste gelede bussen werden ondermeer op drukke ritten in de Brusselse agglomeratie ingezet.

NMVB 5749

Van Hool leverde daarop zijn AG280 model af, dat qua uiterlijk gebaseerd was op de standaardbus. Innerlijk waren er meer verschillen. De motor kwam tussen de assen in de trekker van de bus te liggen. Zo kon de vloer over de hele lengte van de bus vlak gehouden worden. Ondanks hun lengte is ook de draaicirkel niet veel groter dan een standaardbus. De motor (MAN D2566) heeft een vermogen van 280 pk. De opening van de uitstapdeuren gebeurde via het principe van de self-service ("banalisatie" om in met een buurtspoorwegwoord te zeggen).

Het aangepaste Standaard IV type

Al in het begin van de jaren tachtig zien we stilaan dat enkele hoofdlijnen van de standaardbus verdwijnen, totdat eind jaren 1980 de standaardisatie volledig losgelaten wordt.

De LAG AI450 was jarenlang een vertrouwd gezicht in Limburg.

NMVB 5971

In 1983 slaagt de Belgische busbouwer LAG uit Bree er eindelijk in om een bus te ontwerpen die conform is naar het nieuwe lastenboek van de Buurtspoorwegen. De AI450 wordt dan ook als reeks 5971-5996 aangekocht. Door de sterk afgeronde bumper, een vlakke schuin oplopende voorruit met een achtergeplaatste filmkast en een hellend dak kon een betere luchtweerstanscoëfficient bekomen. De reeks werd in 1984-1985 geleverd.

De Buurtspoorwegen zagen wel iets in het design, want het enkele volgende reeksen zouden het ontwerp van het front overnemen.

NMVB 2114 op de Antwerpse lijn 77.

NMVB 2114

Bij een volgende reeks gelede bussen van het type Van Hool AG280 (2100-2154) werd het principe van de oplopende voorruit opnieuw toegepast. De brede filmkast werd ook achter de voorruit geïnstalleerd. Nadien kwamen nog twee reeksen van dit type geledebus in dienst: 2184-2208 en 2234-2254.

NMVB 2284 verlaat in Charleroi de halte Beaux-Arts. © A. Vlieghe.

NMVB 2284

Het ontwerp werd 1988 ook toegepast op een reeks standaardbussen van het type Van Hool A120/31. Dit werd de A120 Intercity (reeks 2255-2294). Deze reeks zou de laatste echte reeks volgens de principes standaardbus worden.

Tabel 2. De Standaard IV gelede bussen.
ReeksOnderstelKoetswerkIn dienstGroep
5740-5796 Van Hool AG280 Van Hool AG280 1981 OV, B, H, Lg
2100-2153 Van Hool AG280/3 Van Hool AG280 1985-1986 A, Lg, B
2184-2208 Van Hool AG280/3 Van Hool AG280 1988 A, H, B, Lb
2234-2254 Van Hool AG280/3 Van Hool 1988-1989 Lb

Dit kan je ook interesseren

Terug naar boven